⬅️ Bij de foto: Als je hele familiegeschiedenis voorgoed verandert
Wat als de ondergeschikte positie van vrouwen uit het gezin in een patriarchale maatschappij juist door oorlogstrauma’s nog verder onder druk komt te staan? En daar weinig aandacht voor is geweest? Als je je voorouders en hun strijd in een ander, beter daglicht wilt plaatsen? Dan schrijf je een boek, mijn debuutroman. Over vrouwelijke veerkracht in een patriarchale maatschappij. Over vrijheid, spijt, verlies en intergenerationeel trauma. Mijn schrijfproces volgen? Dat kan op facebook en instagram.
Gerommel in Parijs
Hoe romantisch: het weerzien met mijn lief zou plaatsvinden in Parijs. Op 1 mei, een nationale feestdag. Ik zag ons al lopen langs uitgelaten, wijn drinkende Parijzenaars aan lange, goedgevulde tafels onder vrolijke lampionnen. Het gekaats van pétanqueballen op de achtergrond. Vlak voor onze hereniging realiseerde ik me wàt voor feest het was: de Dag van de Arbeid. De ideale dag voor, alweer, demonstraties.

Ineens voelde ik me schuldig dat ik de toerist zou uithangen, terwijl er belangrijkere zaken op het spel stonden.
Na een warme omhelzing begonnen we de zonnige dag met een wandeling langs Canal St. Martin. Het kanaal met zijn terrasjes en platanen bood schilderachtige doorkijkjes op oude sluisjes. Het bracht ons steeds dichter bij Place de la République. We hadden een mooie wandelroute uitgestippeld, waarbij we de ‘Place’ – een bekende demonstratieplek – zouden vermijden. Toch liepen we vast op een straat vol demonstranten en pasten onze route noodgedwongen aan. De alternatieve avenue bleek gebarricadeerd door de ME. We zigzagden voort. Bij elke hoek die we omsloegen, werd de weg versperd, hetzij door demonstranten, hetzij door ME-busjes of politieauto’s.
Uiteindelijk belandden we bij de begraafplaats Père-Lachaise. We kuierden door weelderig begroeide steegjes langs vele, soms scheefgezakte, graven van beroemdheden als Chopin en Balzac. Ook zag ik na 30 jaar het graf van Jim Morrison terug. Precies hetzelfde als toen was de wietlucht, drukte en muziek van The Doors. Nieuw waren de dranghekken eromheen.
Na onze lunch op een idyllisch bankje elders in de rust van het kerkhof betrok de lucht. Opeens barstte het van alle kanten los. De ene helft van de hemel vulde zich met harde knallen van traangasgranaten van de ME. De andere met onweergedonder. De hemelsluizen openden. In een donker, surrealistisch landschap zochten we ons heil in een van de grafhuisjes. Mijn hart ging uit naar de demonstranten.
Plotseling viel mijn oog op het graf voor me. Een stenen vrouw reikte naar tralies: een gevangeniscel als tombe. Mijn ogen zochten. Toen ik de familienaam vond, zuchtte ik. We hadden onze toevlucht gezocht bij een socialist, een politieke gevangene uit één van Frankrijks revolutionaire tijden, begin 19e eeuw. François-Vincent Raspail. Waren we toch een béétje solidair.
Bekijk al mijn columns uit 2023. Of blader eens door mijn werkgerelateerde blogs van Yoga Lieke of van mijn massagepraktijk Lieke Vitaal.
Toch voordeliger
Ken je die oude, enigszins suffe reclames met Johnny Kraaijkamp en Rijk de Gooijer nog? Van die grote, betaalbare modeketen? Nog vèr voor de H&Ms en Primarks de winkelstraten tot saaie eenheidsworsten omtoverden. Mijn ouders hadden weinig geld, dus kochten we mijn kleren daar. Ik werd ermee gepest. Buurtkinderen wier ouders kapitalen verdienden, keken neer op deze lage-segment-kleding. Voor hen niks minder dan merkkleding. Het heeft jaren geduurd voor ik weer zo’n winkel binnen durfde te stappen. Maar dat pesten was niet de enige reden.
Op een dag vertelde mijn moeder over haar opa. Mijn overgrootvader was kleermaker in Sneek. Een goede vriend van hem kwam uit een familie marskramers. Met zware kisten vol band en garen om de nek gingen zij de deuren langs in Sneek. Ook hadden ze daar een confectiezaak. Rond 1900 wilde die vriend uitbreiden. Het liefst zou hij met mijn overgrootopa een keten kledingwinkels starten, zo gaat het verhaal. Mijn voorvader zag dat niet zitten en wees het voorstel van de hand. De naam van die vriend? Clemens Brenninkmeijer.

Op een dag vertelde mijn moeder over haar opa. Mijn overgrootvader was kleermaker in Sneek. Een goede vriend van hem kwam uit een familie marskramers. Met zware kisten vol band en garen om de nek gingen zij de deuren langs in Sneek. Ook hadden ze daar een confectiezaak. Rond 1900 wilde die vriend uitbreiden. Het liefst zou hij met mijn overgrootopa een keten kledingwinkels starten, zo gaat het verhaal. Mijn voorvader zag dat niet zitten en wees het voorstel van de hand. De naam van die vriend? Clemens Brenninkmeijer.Dat is dus míjn DNA. Weinig visie, weinig ondernemerschap. Hoeveel geld ben ik niet misgelopen? Wat zou het dat het uit alledaagse, afgezaagde kleding komt? Waarschijnlijk ook nog door kinderhandjes gemaakt. Ik had er nu echt heel anders bij kunnen zitten. En bedankt, overgrootopa!
Vraagtekens op je voorhoofd? Krap je eens flink achter de oren en kijk wie al jaren op nummer 1 van de Quote 500 staat. Een vermogen van inmiddels ruim 24 miljard euro. Precies: de familie Brenninkmeijer. Oprichter en eigenaar van C&A. Ooit bevriend met en potentiële collega van mijn overgrootvader.
Toen ik begin dertig was, werkte ik bij een grote ontwikkelingsorganisatie. Iets bijdragen aan de armoedebestrijding in de wereld was mijn motto. Ik had Zambia en Zuid-Afrika in mijn pakket. De AIDS-epidemie greep genadeloos om zich heen. Hele generaties kostwinners vielen uit, het aantal weeskinderen steeg exponentieel. Het was geen vijf voor twaalf, maar één voor twaalf. Alle hens aan dek dus.
Voor een groot, goeddraaiend AIDS-programma had ik geld nodig. Thuiszorg in sloppenwijken, voorlichting, coördinatie van medicatie, alles zat erin. En dat kostte geld, veel geld. Want: grote doelgroep, veel armoede, slecht functionerende overheid. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen was net in opkomst. Grote Nederlandse bedrijven wilden laten zien dat ze heus niet alleen op winst uit waren. Zorgvuldig formuleerde ik een financieringsvoorstel op basis van informatie van onze lokale partner en mijn eigen bevindingen in het veld.
Een maand later was eindelijk het overleg met een grote geldschieter. Ik keek deze mannen eens diep in de ogen, bestudeerde hun gepolijste vingertoppen en zette mijn beste beentje voor. Onthullen wie ik was, zou ik never nooit doen. Na een uur schudden de Corporate Social Responsibility Officers van de Brenninkmeijers mijn hand. Het was een geschikt doel, een degelijk plan, vonden ze. Ik lachte heimelijk in mijn vuistje. Hoewel niet voor mijzelf, had ik toch wat kapitaal weten te vorderen: 700 000 euro. Absoluut geen kattenpis. Doorgesluisd naar daar waar het het hardst nodig was. Eindelijk genoegdoening.
